“Dan word je toch gewoon asielzoeker” was mijn zusjes antwoord toen ik als negenjarig meisje met trots aan tafel verkondigde dat ik iets met dieren wilde doen.
Dat ‘iets met dieren willen doen’ werd kortstondig onderbroken door ICT. We kregen een pc thuis en ik was briljant met dat ding. Maar al snel was de wens om iets met dieren te doen weer terug. Onder hevig protest van beide ouders - God mag weten hoe die twee het een keer eens werden, maar het wonder geschiedde - ben ik gestopt met mijn havo. Ik moest en zou dierverzorging doen en ik moest en zou dierenarts worden.
Ik was vijftien, stronteigenwijs en de jongste van de klas. Vijf jaar later was ik net zo stronteigenwijs en stopte ik met de opleiding. Geen diploma, geen certificaat en met nog maar drie maanden te gaan moest en zou ik net zo hard stoppen als dat ik begonnen was.
Oke. Imagine a huge black hole.
Dat is waar ik inviel. Ik. Het meisje met de hersens. Het meisje dat al voor de dieren sprak over universiteit, leren en boeken. Het meisje dat al op haar elfde boven op zolder wiskunde maakte uit de boeken van haar oom van de HTS. Datzelfde meisje was nu schoolverlater. Geen middelbare school diploma, geen MBO diploma en nu productiemedewerkster in een fabriek. Was dat mijn toekomst? Was dat mijn later?
En eigenlijk heb ik het altijd wel geweten. Ik wist het al toen ik als klein meisje een map had waarin ik verhalen schreef. Ik wist het al toen ik altijd gevraagd werd voor de schoolkrant. Ik wist het al toen ik twaalf was en het gedicht wat ik had geschreven voor de begrafenis van mijn opa op de rouwkaart werd gedrukt. Ik wist het al toen ik voor de zoveelste keer een negen of tien voor mijn verslag kreeg. En ik weet het nu ook. Ik weet het als ik mijn periodieke evaluatie schrijf of als ik mijn naverslag van het gezinsgesprek schrijf. De manier waarop woorden met gemak uit mijn hoofd rollen is bijna magisch.
En dat is misschien mijn later ook wel. Het schrijven van nu.
16 oktober 2010
8 oktober 2010
Over de nieuwe generatie
Al bellend stap ik de trein binnen. Bagage in een hand houdend, telefoon tussen hoofd en schouder geklemd trek ik de deur van de coupe open.
"half 2 ja... Nee, 1 uur wordt niet wat... Nee, 15 minuten vertraging... Is goed zie ik je om half 2!... Ja doei!"
Ik laat mijn tas vallen, klap mijn telefoon dicht en plof neer op het bankje. Tegenover me zit een oude man me aan te staren.
Ik druk mijn mp3 met Eminem weer in mijn oren en reik automatisch naar mijn make-uptas. Enthousiast ga ik in de weer met mascara en lipgloss. Ondertussen klap ik mijn laptop open en tegen de tijd dat mijn make-up weer goed zit is mijn pc opgestart en ben ik twee smsjes rijker. Ik sms terug, start word op, begin te typen en alweer pingelt mijn telefoon. Ik sms terug, typ verder, doe mijn mp3 uit, geef de conducteur mijn kaartje, doe mijn mp3 weer in, maak plaats voor een medereiziger en typ weer verder. 5 minuten later heb ik mijn bestemming bereikt en is dit stukje geschreven. Ik check mijn make-up, doe mijn laptop uit, sms nogmaals, zet een ander nummer op en pak mijn bagage.
Terwijl de man me nog steeds aanstaart word ik me bewust van de generatiekloof.
"half 2 ja... Nee, 1 uur wordt niet wat... Nee, 15 minuten vertraging... Is goed zie ik je om half 2!... Ja doei!"
Ik laat mijn tas vallen, klap mijn telefoon dicht en plof neer op het bankje. Tegenover me zit een oude man me aan te staren.
Ik druk mijn mp3 met Eminem weer in mijn oren en reik automatisch naar mijn make-uptas. Enthousiast ga ik in de weer met mascara en lipgloss. Ondertussen klap ik mijn laptop open en tegen de tijd dat mijn make-up weer goed zit is mijn pc opgestart en ben ik twee smsjes rijker. Ik sms terug, start word op, begin te typen en alweer pingelt mijn telefoon. Ik sms terug, typ verder, doe mijn mp3 uit, geef de conducteur mijn kaartje, doe mijn mp3 weer in, maak plaats voor een medereiziger en typ weer verder. 5 minuten later heb ik mijn bestemming bereikt en is dit stukje geschreven. Ik check mijn make-up, doe mijn laptop uit, sms nogmaals, zet een ander nummer op en pak mijn bagage.
Terwijl de man me nog steeds aanstaart word ik me bewust van de generatiekloof.
Abonneren op:
Berichten (Atom)
